Een van de fundamenten van het Belgische compromis rond Brussel
Het Brusselse model is gebouwd op een eenvoudig principe: twee taalgroepen die elk hun eigen politieke vertegenwoordiging organiseren, maar samen een regering vormen. Dat systeem garandeert dat de Nederlandstalige minderheid haar vertegenwoordigers autonoom kan kiezen en dat zij volwaardig betrokken blijft bij het bestuur van de hoofdstad. Het is een van de fundamenten van het Belgische compromis rond Brussel.
De blokkering na de verkiezingen van 2024 ontstond niet omdat dat systeem op zich onwerkbaar is, maar omdat één partij – de PS – weigerde het politieke resultaat in het andere kiescollege te aanvaarden.
Door een democratisch verkozen partner principieel uit te sluiten, werd een essentieel element van het institutionele evenwicht op de helling gezet. Dat is de kern van het probleem. Geen enkel institutioneel model kan functioneren wanneer partijen beslissen dat de spelregels voor hen niet langer gelden.
Verkeerde diagnose
Het voorstel om tweetalige lijsten in te voeren vertrekt daarom van een verkeerde diagnose. Het probeert een institutionele oplossing te bedenken voor een probleem dat in werkelijkheid politiek is. Meer nog: het dreigt nieuwe problemen te creëren. In een systeem met tweetalige lijsten zouden Franstalige partijen immers mee selecteren welke Nederlandstalige kandidaten verkiesbaar zijn. In de praktijk zouden zij dus bepalen welke “goeie Vlamingen” op hun lijsten mogen staan. De politieke vertegenwoordiging van Nederlandstalige Brusselaars zou daardoor totaal afhankelijk worden van de machtsverhoudingen binnen tweetalige, overwegend Franstalige lijsten.
Meer dan 1,3 miljard euro per jaar
Brussel is de hoofdstad van een federale staat die gebouwd is op een delicaat institutioneel evenwicht tussen gemeenschappen. Als dat evenwicht wordt uitgehold en de band met de rest van Vlaanderen wordt afgezwakt, is dit nefast voor Brussel. Vlaanderen investeert er jaarlijks meer dan 1,3 miljard euro in onderwijs, cultuur, welzijn en zorg. Die gedeelde verantwoordelijkheid veronderstelt ook politieke autonomie: Nederlandstalige Brusselaars en partijen moeten hun vertegenwoordigers zelf kunnen kiezen. Zowel in het stemhokje, als bij de kandidaatstelling.
Voor Brussel geldt dezelfde eenvoudige regel als voor elke democratie: instellingen werken alleen wanneer iedereen bereid is de afgesproken spelregels te respecteren.